Gehoord worden,

Gehoord worden,

ook als er even niemand kan luisteren...

Gespreksgids Vertelknuffel SAMbuddy

Gespreksbundels (hieronder te downloaden) en Gespreksadvies (hieronder in de tabbladen) voor ouders, leerkrachten en hulpverleners om met de Vertelknuffel SAMbuddy gesprekken te voeren. Elk thema bestaat uit drie delen: het gesprek zelf, technieken om gedachten om te vormen, en een kort script dat je op de Vertelknuffel kunt inspreken.

De scripts zijn hulpmiddelen om rust en veiligheid te bieden en een gesprek te openen. Ze vervangen geen behandeling. Bij ernstige of langdurige klachten schakel je een huisarts, jeugdarts of behandelaar in.


Altijd bij elk gesprek

  • Eén vraag tegelijk, dan wachten.
  • Vermijd "waarom". Kies "wat" of "hoe".
  • Sluit af met: "Dank je dat je dit met mij deelde. Je mag altijd terugkomen."
  • Zie je langdurig slecht slapen of eten, terugtrekken, angst, somberheid, of zegt het kind dat het zichzelf iets wil aandoen: zoek hulp bij de huisarts of jeugdarts.


Het gesprek beginnen

Voordat je begint

  • Kies een rustig moment en een rustige plek, zonder haast, telefoon of anderen erbij. Niet vlak voor school, bedtijd of na een ruzie.
  • Ga naast het kind of de cliënt zitten, niet tegenover. Met de knuffel op schoot of in het midden, kijkend naar SAM in plaats van naar jou.
  • Begin niet met het onderwerp. Doe eerst iets gewoons: samen naar SAM kijken, een tekening maken.
  • Wees zelf rustig. Kinderen voelen spanning direct.

Zo open je het gesprek

  • "Dit is SAM. Wil je hem even vasthouden?"
  • "Ik vind het fijn om even bij jou te zitten."
  • "Er is geen goed of fout. Alles wat je zegt is goed."
  • "Je hoeft niets te zeggen. Je mag ook gewoon naast me zitten."

Zo blijft het kind of de cliënt op z'n gemak

  • Het kind of de cliëntbepaalt het tempo en de afstand. Het mag stoppen of van onderwerp veranderen.
  • Houd het kort: 5 tot 10 minuten is genoeg. Liever vaker kort dan één keer lang.
  • Gebruik korte zinnen en eenvoudige woorden. Eén vraag tegelijk, dan wachten.
  • Wees niet bang voor stilte. Tel in gedachten tot tien voordat je iets zegt.
  • Laat het kind of de cliënt iets met zijn handen doen: tekenen, kleien of SAM aaien.
  • Reageer rustig op wat je hoort: "Dank je dat je dat vertelt." Niet schrikken, niet meteen oplossen.
  • Beloof nooit geheimhouding als het om veiligheid gaat.


Technieken in het kort

  • Gedachte, gevoel, gedrag: laat zien dat een gedachte een gevoel aanstuurt en dat een gedachte geen feit is.
  • Bewijs onderzoeken: "Hoe zeker ben je, van 0 tot 10? Wat zegt dat het waar is? Wat zegt dat het niet helemaal waar is?"
  • Denkfouten een naam geven: de Rampdenker, de Alles-of-niets-denker, de Gedachtenlezer. "Wat zou de Rustige Denker zeggen?"
  • Vriendentruc: "Wat zou je zeggen tegen een vriend die dit denkt?"
  • Eerlijke nieuwe gedachte: niet "alles is goed", maar een gedachte die klopt en helpt.
  • Afstand nemen: geef de zorg of boosheid een naam, zoals het Bangerdje of de Boze Draak.
  • Oplossingsgerichte vragen: uitzonderingsvraag ("Wanneer was het minder erg?"), schaalvraag ("Waar sta je, van 0 tot 10?") en wondervraag ("Stel dat het morgen is opgelost, waar merk je dat aan?").
  • Iets doen: bij somberheid één klein leuk ding per dag, bij angst stap voor stap oefenen.
  • Ademhalen: vier tellen in, zes tellen uit, met SAM op de buik.
  • Hier en nu: vijf dingen zien, vier voelen, drie horen.
  • Een veilige of fijne plek: in gedachten naar een plek waar je je prettig voelt.
  • Drie goede dingen per dag: een kleine avondroutine om aandacht te verleggen.

Download en activeer gespreksbundels

  1. Download hieronder alle gespreksbundels als zip-bestanden;
  2. Upload ze via het tabblad VRAGEN in de Vertelknuffel-app naar jouw Vertelknuffel;
  3. Activeer een bundel via de ADVIES-tab, onderin de app;
  4. Weet je het nog niet welke je nodig hebt, download dan de gespreksbundel: (open new window)Algemeen-man(open new window)(open new window)(open new window) of (open new window)Algemeen-vrouw(open new window)(open new window)(open new window). In de VRAGEN-tab kun je ook vragen overslaan bij afspelen.

Download alle Gespreksbundels

vragen & dialogen

Een effectieve dialoog of vraag met ons delen? Mail het ons

Autisme

1. Contact maken met een kind met autisme

Gesprek

Opening: "Hoi, dit is SAM. Je mag hem vasthouden of alleen kijken. Allebei is goed."

Vragen:

  • "Wil je SAM zelf pakken, of leg ik hem neer?"
  • "Wat vind jij fijn om te doen? Tekenen, bouwen of iets anders?"
  • "Vind je dit zachte geluid fijn, of liever stil?"

Daarna: Zit naast het kind of de cliënt, niet tegenover. Gebruik korte zinnen en geef keuzes (A of B). Houd je aan hetzelfde begin en einde. Eis geen oogcontact en laat de interesse van het kind of de cliënt leidend zijn.

Gedachten omvormen

Gebruik concrete, visuele en letterlijke taal.

  • Teken drie vakjes: "Wat gebeurde er? Wat dacht je? Wat voelde je?"
  • Gebruik een thermometer of cijfer van 0 tot 10: "Hoe groot is de zorg nu?"
  • Stel keuzevragen: "Dacht je A of B?" Vermijd vage vragen als "hoe voel je je erbij?"
  • Voorbeeld: van "ik doe alles fout" naar "dit ging nu niet goed, en dit kan ik oefenen".

Script: mijn lievelingsding

Hoi, ik ben SAM. Ik vertel je wat er nu gaat gebeuren. Eerst denk je aan iets wat jij heel fijn vindt. Daarna kijk je er even naar in je hoofd. Daarna is het klaar:

Denk aan iets wat jij heel fijn vindt. Misschien een spel, een dier, een auto of een tekenfilm. (pauze 5 seconden)
Kijk er in gedachten naar. Welke kleur heeft het? (pauze) Is het groot of klein? (pauze)

Hoe voelt het als je het aanraakt? (pauze)

Het is van jou. Je mag er zo lang naar kijken als je wilt. (pauze 10 seconden)

Klaar. Je mag me nu aaien of iets zeggen. Je mag ook gewoon stil zijn. Dat is goed.

Trauma

2. Een gesprek over een onbekend trauma

Gesprek

Opening: "Ik ben er gewoon bij. Je hoeft niets te vertellen. Als je iets wilt zeggen, luister ik."

Vragen:

  • "Hoe voelt je lijf nu? Rustig, onrustig, of anders?"
  • "Is er iets waar je bang voor bent?"
  • "Wat helpt jou om je veilig te voelen?"

Daarna: Vraag niet door naar details en laat het kind of de cliënt het tempo bepalen. Vertelt het kind iets zorgwekkends, zeg dan: "Dank je dat je dit vertelt. Dit is belangrijk, en ik zorg dat je hulp krijgt." Schakel daarna een professional in (huisarts, jeugdarts, Veilig Thuis: 0800-2000). Beloof nooit dat je iets geheim houdt.

Gedachten omvormen

Dit hoort bij een traumabehandelaar. Als ouder, leerkracht of hulpverlener zorg je vooral voor rust en veiligheid.

  • Betwist geen gedachten over wat er gebeurd is en zoek geen bewijs. Vraag niet door.
  • Help het lijf te kalmeren: adem met SAM op je buik of benoem vijf dingen die je ziet en vier die je voelt.
  • Zeg: "Je bent nu veilig. Ik ben hier."
  • Zegt het kind of de cliënt "het is mijn schuld"? Antwoord: "Wat er gebeurd is, is niet jouw schuld." Geef dit ook door aan de behandelaar.

Script: hier en nu

Hoi, ik ben SAM. Je bent nu veilig. Je hoeft niets te vertellen. Je mag je ogen open houden.

Kijk eens rond. Noem in je hoofd of hardop vijf dingen die je ziet. (pauze 10 seconden)

Voel nu je voeten op de grond. Voel de stoel onder je. Voel mij in je handen. Hoe voelt mijn vacht of stof? (pauze)

Luister naar vier geluiden om je heen. (pauze 10 seconden)

Adem rustig in door je neus, tel tot vier. (pauze) En adem langzaam uit door je mond, tel tot zes. Nog een keer. (pauze)

Je bent hier, nu, en je bent veilig. Ik ben er bij. Je mag altijd iemand halen als je dat wilt.

Rouw

3. Gesprek over rouw

Gesprek

Opening: "Ik weet dat [naam] is overleden. Ik denk aan hem/haar. Mag ik even bij je zitten?"

Vragen:

  • "Mis je [naam]?"
  • "Wat vond je het leukste om samen te doen?"
  • "Wat zou je tegen [naam] willen zeggen?"
  • "Hoe voel je je lijf nu, als je aan [naam] denkt?"

Daarna: Gebruik eerlijke woorden ("dood", "overleden"). Alle gevoelens mogen er zijn, ook boos zijn of lachen. Maak samen een herinnering: een tekening, een brief of een kaarsje. Zeg ook: "Je mag verdrietig zijn, en je mag ook gewoon spelen."

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "het is mijn schuld", "ik had iets moeten doen", "ik mag niet lachen".

  • Onderzoek het bewijs: "Wat kon jij toen weten? Wat zou je tegen een vriend zeggen die dit denkt?"
  • Zoek een eerlijke nieuwe gedachte: "Ik mis hem, omdat ik van hem hield." of "Ik mag verdrietig zijn en ook lachen."
  • Erken eerst het schuldgevoel en praat het niet weg.

Script: een ballon met een boodschap

Hoi, ik ben SAM. Ik ben er bij. Je mag verdrietig zijn. Dat hoort erbij, omdat je van [naam] hield.

Denk aan een fijn moment met [naam]. Waar waren jullie? (pauze) Wat deden jullie? (pauze) Wat zag je? Misschien hoorde je ook iets. (pauze 10 seconden)

Stel je nu een ballon voor, in jouw lievelingskleur. Wat wil je tegen [naam] zeggen? Zeg het zacht in je hoofd, of hardop. (pauze 10 seconden)

Stop je boodschap in de ballon. Laat de ballon los. Kijk hoe hij omhoog gaat, steeds hoger. (pauze)

Je mag [naam] altijd bij je houden in je hart. Je mag verdrietig zijn en je mag ook lachen. Allebei is goed.

Verliefd

4. Gesprek over verliefdheid

Gesprek

Opening: "Soms voel je iets heel bijzonders voor iemand. Dat mag je mij vertellen, ik lach je niet uit."

Vragen:

  • "Hoe voelt dat in je buik?"
  • "Wat vind je fijn aan die persoon?"
  • "Wat vind je spannend of lastig?"
  • "Mag iemand nee zeggen? En mag jij nee zeggen?"

Daarna: Neem het serieus en plaag niet. Praat over grenzen en respect. Geef pubers ruimte en privacy.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "ze vindt me vast stom", "ik ben niet leuk genoeg".

  • Benoem de Gedachtenlezer: "Weet je zeker wat hij of zij denkt? Wat weet je echt?"
  • Gebruik de vriendentruc: "Wat zou je zeggen tegen een vriend die dit denkt?"
  • Zoek een nieuwe gedachte: "Ik weet het nog niet. Ik mag het vragen of afwachten, en ik ben ook zonder dit de moeite waard."

Script: mijn buikgevoel

Hoi, ik ben SAM. Soms voel je iets heel bijzonders voor iemand. Dat is normaal. Dat mag.

Leg je hand op je buik. Wat voel je daar? (pauze) Kriebels, warmte, spanning, of iets anders? (pauze 5 seconden)

Adem rustig in. (pauze) En uit. Jij bepaalt of je het vertelt, en aan wie. (pauze)

Je mag nee zeggen. Een ander mag ook nee zeggen. Dat is goed en dat hoort erbij.

Stel je voor dat je iets zou zeggen tegen die persoon. Wat zou het zijn? Zeg het eens zacht tegen mij. (pauze 10 seconden)

Je gevoel mag er zijn. Je hoeft nu niets te beslissen.

Boos

5. Gesprek over woede en boosheid

Gesprek

Begin pas als het kind of de cliënt rustig is.

Opening: "Je was net heel boos. Dat mag. Ik wil graag weten hoe dat voor jou was."

Vragen:

  • "Waar voelde je het boos worden in je lichaam?"
  • "Wat gebeurde er vlak voordat je boos werd?"
  • "Wat helpt jou om weer rustig te worden?"

Daarna: Erken eerst het gevoel ("je mag boos zijn") en bespreek dan pas het gedrag ("slaan mag niet"). Bedenk samen een rustplek of rustknop, zoals de knuffel knijpen of ademen met SAM op je buik. Oefen dit op een rustig moment.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "dat is niet eerlijk", "hij doet het expres", "ik kan er niets aan doen". Doe dit pas als het kind of de cliënt rustig is.

  • Koppel gedachte, gevoel en gedrag: "Wat dacht je vlak voordat je boos werd? Wat deed je daarna?"
  • Geef de boosheid een naam, zoals de Boze Draak: "Wat zegt de draak? Wat zou de Rustige Denker zeggen?"
  • Nieuwe gedachte: "Ik ben boos, en ik kies wat ik nu doe."

Script: de boze draak

Hoi, ik ben SAM. Ik zie dat je boos bent. Dat mag. Ik help je om de boosheid kleiner te maken.

Knijp mij nu heel hard vast. Zo hard als je kunt. Tel tot vijf. (pauze 5 seconden) En laat los. Voel hoe je armen zacht worden. (pauze)

Stel je voor dat je een draak bent. Adem diep in door je neus. (pauze) En blaas het vuur langzaam uit door je mond. (pauze)

Nog een keer. In. (pauze) En uit. (pauze)

Waar zat de boosheid in je lijf? (pauze) Wordt hij kleiner? Misschien is de draak nu moe en gaat hij slapen. (pauze 5 seconden)

Je mag boos zijn. Je mag ook weer rustig worden. Straks praten we erover.

Echtscheiding

6. Gesprek over scheiding van ouders

Gesprek

Opening: "Ik wil je iets belangrijks vertellen en ik wil dat je vragen mag stellen. Je mag ook gewoon luisteren."

Vragen:

  • "Wat denk jij dat er gaat veranderen?"
  • "Waar maak jij je zorgen over?"
  • "Wat wil jij graag weten?"

Daarna: Vertel in eenvoudige taal wat verandert en wat hetzelfde blijft. Zeg: "Het is niet jouw schuld. Papa en mama blijven altijd van je houden." Vraag niet "bij wie wil je wonen?". Houd routines vast.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "het is mijn schuld", "als ik braaf ben, komen ze weer samen", "ik moet kiezen".

  • Hier praat je niet alleen met vragen, maar geef je ook duidelijke feiten: "Dit is een beslissing van papa en mama. Jij hebt dit niet veroorzaakt en hoeft het niet op te lossen."
  • Onderzoek samen: "Wat blijft hetzelfde? Wat gaat veranderen?"
  • Nieuwe gedachte: "Papa en mama gaan uit elkaar, en ze blijven allebei van mij houden."

Script: de koffer met wat blijft

Hoi, ik ben SAM. Ik weet dat er veel verandert. Dat is moeilijk. Je mag boos of verdrietig zijn, of niets voelen.

Het is niet jouw schuld. Papa en mama hebben dit besloten. Jij hoeft het niet op te lossen. (pauze)

Stel je een koffer voor. Wat zit daar altijd in, wat nooit verdwijnt? (pauze) Jouw knuffel, je lievelingsspel, je vrienden, je eigen kamer? (pauze 10 seconden)

De koffer gaat overal met je mee.

Papa en mama blijven allebei van jou houden. Altijd. (pauze)

Je mag vragen stellen. Jij mag het weten.

Gepest

7. Gepest worden

Gesprek

Opening: "Ik wil weten hoe het op school met jou gaat. Als er iets vervelends is, kun je het mij vertellen."

Vragen:

  • "Is er iets op school waar je niet blij van wordt?"
  • "Met wie speel je graag? Met wie liever niet?"
  • "Wat zou jou helpen om je veilig te voelen?"

Daarna: Zeg: "Ik geloof je. Het is niet jouw schuld. Ik ga hier iets aan doen." Doe dat ook: overleg met de leerkracht of vertrouwenspersoon  en gebruik het pestprotocol. Oefen met de knuffel wat het kind of de cliënt kan zeggen, bijvoorbeeld "stop, dat wil ik niet".

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "ik ben stom", "niemand mag mij", "het is mijn eigen schuld". Onderneem eerst actie op school, anders voelt dit als wegpraten.

  • Benoem de denkfout: "Niemand? Wie vindt je wel aardig?"
  • Gebruik de vriendentruc: "Wat zou je zeggen tegen een kind dat dit meemaakt?"
  • Nieuwe gedachte: "Wat zij doen is niet oké. Dat zegt iets over hen, niet over mij."

Script: mijn beschermbubbel

Hoi, ik ben SAM. Ik geloof je. Wat er gebeurt is niet jouw schuld. Ik help je sterk te blijven.

Stel je voor dat er een grote bubbel om je heen zit. Hij is sterk en doorzichtig. Welke kleur heeft jouw bubbel? (pauze)

Als iemand iets gemeens zegt, stuitert het terug. Het komt niet bij jou binnen. (pauze 5 seconden)

Oefen nu zacht tegen mij: Stop, dat wil ik niet. (pauze) Nog een keer, iets harder. (pauze)

Je hoeft het niet alleen te doen. Vertel het aan iemand die je vertrouwt. Dat is niet klikken. Dat is jezelf beschermen.

Angst

8. Gesprek over angstgevoelens

Gesprek

Opening: "Soms voelt iets eng of spannend. Dat is heel normaal. Ik zit even bij je en SAM ook."

Vragen:

  • "Waar voel je de angst in je lijf? In je buik, je borst, of ergens anders?"
  • "Wanneer komt het gevoel meestal?"
  • "Hoe groot is de angst nu? Klein, middel of groot?"
  • "Wat helpt jou om je wat veiliger te voelen?"

Daarna: Zeg niet "het is niet nodig om bang te zijn", maar erken het gevoel: "Ik snap dat dit eng voor je is." Oefen samen rustig ademen met SAM op je buik: in door je neus, uit door je mond. Bedenk samen een klein stapje dat het kind of de cliënt aandurft. Ga angst niet steeds uit de weg, want dan wordt hij groter. Heeft het kind of de cliënt langere tijd last van angst, slaapt het slecht of wil het niet meer naar school, ga dan naar de huisarts.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "als ik dit doe, gaat het mis", "ik kan dit niet".

  • Onderzoek het bewijs: "Hoe vaak is het echt gebeurd? Hoe groot is de kans? Wat zou je doen als het toch gebeurt?"
  • Geef de angst een naam, zoals het Bangerdje: "Moeten we naar hem luisteren, of mag hij even wachten?"
  • Oefen stap voor stap met een trapje van een beetje eng naar heel eng.
  • Nieuwe gedachte: "Het is spannend, en ik kan het."

Script: mijn fijne plek

Hoi, ik ben SAM. Het is oké om bang te zijn. Samen maken we de angst kleiner.

Adem eerst met mij mee. Stel je voor dat je een ballon in je buik hebt. Adem in door je neus en blaas de ballon op. (pauze) Adem langzaam uit. De ballon wordt weer slap. (pauze) Nog een keer. (pauze)

Denk nu aan een plek waar je heel graag bent. Dat kan echt zijn, of verzonnen. Misschien op het strand, bij oma, in het bos of in je bed. (pauze 5 seconden)

Ga daar in gedachten naartoe. Wat zie je? (pauze) Wat hoor je? (pauze) Wat voel je? (pauze) Wat ruik je? (pauze 10 seconden)

Hier ben je veilig. Je mag hier altijd weer naartoe, ook als ik er niet ben.

De angst mag even wachten. Jij bepaalt.

Eenzaam

9. Gesprek over eenzaamheid

Gesprek

Opening: "Ik vraag me af hoe het met jou gaat met vrienden en spelen. Je mag me alles vertellen."

Vragen:

  • "Met wie speel je graag?"
  • "Wat doe je in de pauze?"
  • "Zijn er momenten waarop je je alleen voelt?"
  • "Wat zou je graag anders willen?"

Daarna: Zeg: "Je bent niet gek of raar als je je alleen voelt. Veel kinderen/cliënten voelen dat soms." Zoek samen naar kleine stappen: één kindof de cliënt uitnodigen, een club of hobby kiezen, een spel meenemen. Praat met de leerkracht of mentor over een maatje in de klas of groep. Let op: eenzaamheid kan ook voorkomen bij pesten, dus vraag er rustig naar. Bij volwassenen en ouderen kan dezelfde aanpak werken, met aandacht voor contact, een vast moment samen en het opbouwen van een sociaal netwerk.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "niemand wil met mij spelen", "ik ben raar".

  • Stel de uitzonderingsvraag: "Wanneer voelde je je wel erbij horen?"
  • Pak de alles-of-niets-gedachte aan: "Niemand? Wie speelt er soms wel een beetje met je?"
  • Plan één klein contactmoment per dag, zoals een groet of een kleine uitnodiging.
  • Nieuwe gedachte: "Nu voel ik me alleen. Met een kleine stap kan dat veranderen."

Script: iemand denkt aan jou

Hoi, ik ben SAM. Soms voel je je alleen. Dat kan iedereen overkomen. Je bent niet raar.

Sluit je ogen als je wilt, of kijk naar mij. Denk aan iemand die fijn voor jou is. Een opa, oma, een vriend, een juf of een huisdier. (pauze 5 seconden)

Stel je voor dat die persoon nu aan jou denkt en blij is met je. (pauze 10 seconden)

Denk nu aan één klein ding dat je morgen kunt doen. Een groet, een vraag of een spelletje. Wie zou je dat kunnen vragen? (pauze)

Ik ben een knuffel, ik ben er voor jou. Maar echte mensen zijn er ook, en zij vinden jou fijn. Vertel iemand dat je je soms alleen voelt.

Neerslachtig

10. Gesprek over neerslachtigheid

Gesprek

Opening: "Ik merk dat je de laatste tijd stiller bent. Ik ben er voor je, ook als je niets wilt zeggen."

Vragen:

  • "Hoe voel je je de laatste tijd? Blij, verdrietig of ergens tussenin?"
  • "Waar heb je nog zin in?"
  • "Wat maakt je dag een beetje lichter?"
  • "Hoe slaap je en hoe is je eetlust?"

Daarna: Zeg niet "kop op" of "er zijn mensen die het slechter hebben". Zeg: "Het mag er zijn. Ik blijf bij je." Houd een vaste dagstructuur aan met genoeg slaap, buitenlucht, beweging en iets leuks samen. Houdt de somberheid langer dan twee weken aan, verliest het kind of de cliënt interesse in alles, trekt het zich terug of slaapt en eet het anders dan normaal: ga naar de huisarts of jeugdarts. Zegt het kindof de cliënt dat het er niet meer wil zijn of zichzelf iets wil aandoen, neem dat serieus. Blijf bij het kindof de cliënt en vraag direct hulp via de huisarts of 113 Zelfmoordpreventie (bel 113 of 0800-0113). Is er acuut gevaar, bel dan 112.

Gedachten omvormen

Typische gedachten: "het wordt nooit beter", "ik ben waardeloos", "niets heeft zin".

  • Begin met doen, niet met denken: plan één klein leuk of nuttig ding per dag, de zin komt daarna.
  • Stel de schaalvraag en de uitzonderingsvraag: "Op welk moment van de week voelde je je een beetje beter?"
  • Laat het kindof de cliënt elke avond drie dingen noemen die goed gingen, hoe klein ook.
  • Nieuwe gedachte: "Nu voelt het zwaar. Dat is niet altijd zo."
  • Gaat het om gedachten over dood of zichzelf iets aandoen, dan vorm je ze niet om. Dan zoek je direct hulp (zie hierboven).

Script: het kleine lichtje en drie goede dingen

Hoi, ik ben SAM. Het voelt nu misschien zwaar. Dat mag. Ik blijf bij je.

Stel je voor dat er een klein, warm lichtje in je borst zit. Het is klein, maar het is er. (pauze) Adem rustig in en voel het lichtje een beetje groeien. (pauze) Adem uit. (pauze) Nog een keer. (pauze 10 seconden)

Denk nu aan drie dingen die vandaag goed gingen. Het mag heel klein zijn: iets lekkers, een aai van een huisdier, een grapje. (pauze) Eén. (pauze) Twee. (pauze) Drie. (pauze 10 seconden)

Kies één klein ding dat je morgen doet. Een wandeling, tekenen of iets bellen. (pauze)

Het is niet altijd zo zwaar. Als de gedachten heel donker worden, vertel het dan aan een volwassene die je vertrouwt.

Dementie

11. Praten met iemand met dementie

Gesprek

Bij een volwassene past vaak "u" of de vorm waarmee je elkaar altijd aansprak. Gebruik de naam die de persoon prettig vindt.

Opening: "Kijk eens, wat een zachte knuffel. Wilt u hem even vasthouden?"

Vragen:

  • "Wat vindt u mooi aan hem?"
  • "Had u vroeger ook zo'n knuffel of een dier?"
  • "Welk liedje past bij hem, denkt u?"

Daarna: Corrigeer niet en sluit aan bij wat de persoon beleeft. Gebruik korte zinnen, muziek en aanraking. Het gevoel telt meer dan de feiten.

Gedachten omvormen

Dit werkt hier niet. Je sluit aan bij de beleving, in plaats van gedachten te onderzoeken.

  • Corrigeer niet. Bij "ik moet naar huis" zeg je niet "u woont hier", maar "vertel eens over thuis".
  • Benoem het gevoel: "U mist thuis."
  • Leid zacht af naar iets prettigs: muziek, een herinnering, aanraking of de knuffel.

Script: zacht en vertrouwd


Goedemiddag. Ik ben SAM. Fijn dat u er bent. U hoeft niets te doen.

Voelt u hoe zacht ik ben? Streel maar over mijn vacht. (pauze 10 seconden)

Het is rustig hier. U zit goed. U bent veilig. (pauze)

Zullen we een liedje neuriën? Een liedje dat u vroeger kende. (hier kun u een eigen lievelingsliedje laten afspelen of zelf zingen) (pauze)

Adem rustig in. (pauze) En rustig uit. (pauze)

Fijn dat u er bent. Ik blijf bij u.

Vertelknuffel SAMbuddy
X
Voeg toe aan beginscherm
  1. Tik rechtsonder op Meer (···) en daarna op Delen. Zie je Delen al in de balk? Sla Meer over.
  2. Staat Zet op beginscherm niet in de lijst? Tik eerst op Meer weergeven.
  3. Tik op Zet op beginscherm.
  4. Laat Open als webapp aan staan en tik op Voeg toe.